fbpx

Secured by

Winkelmand

Er zijn verschillende manieren om een arbeidsovereenkomst op te zeggen, met andere woorden: ontslag te geven of te nemen. In een aantal blogs behandelt Lex de verschillende manieren van opzeggen en alle belangrijke ins en outs. In deze blogpost hebben we het over beëindiging met wederzijds goedvinden, oftewel, de beëindigingsovereenkomst. De naam zegt het eigenlijk al, je bent het er beide mee eens. Maar hoe pak je dit vervolgens aan?

Hoe het werkt

Wanneer je met je werknemer afspreekt dat hij op een bepaalde datum uit dienst gaat en hij hiermee akkoord gaat, is er sprake van opzegging met wederzijds goedvinden. Dit wordt schriftelijk vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst, ook wel vaststellingsovereenkomst genoemd. Wij gebruiken echter in deze blog het begrip beëindigingsovereenkomst.

In een beëindigingsovereenkomst kunnen verschillende aspecten worden opgenomen. Bijvoorbeeld de einddatum van de overeenkomst, vrijstelling van werkzaamheden, hoe de eindafrekening zal plaatsvinden en wanneer en hoe de werknemer bedrijfseigendommen gegeven moet worden. Daarnaast wordt er vrijwel altijd een geheimhoudingsbeding opgenomen in een beëindigingsovereenkomst. Op deze manier spreken partijen af dat zij niet uit de school zullen klappen over de inhoud van beëindigingsovereenkomst.

Recht op WW

Meestal heeft een werknemer na ontslag recht op een WW-uitkering. Het is dan de vraag of de werknemer verwijtbaar werkloos is geworden. Met andere woorden: valt het de werknemer aan te rekenen dat hij geen baan meer heeft? In principe is de werknemer verwijtbaar werkloos bij ontslag met wederzijds goedvinden en heeft hij geen recht op uitkering. Toch kan een werknemer bij ontslag met wederzijds goedvinden alsnog een WW-uitkering ontvangen. Hiervoor moet er in de beëindigingsovereenkomst worden opgenomen dat het initiatief van opzeggen niet ligt bij de werknemer, maar bij de werkgever. Op deze manier bestaat er geen twijfel of er sprake is van verwijtbaar ontslag van de werknemer.

Niet akkoord met beëindigingsovereenkomst

Wanneer een werknemer het niet eens is met de opzegging of met de inhoud van de beëindigingsovereenkomst, dan kan de werknemer besluiten om de beëindigingsovereenkomst niet te tekenen. Het kan ook zijn dat de werknemer simpelweg niet weg wil bij het bedrijf. Dan volgt er geen ontslag met wederzijds goedvinden. De werkgever zal dan een ontslagprocedure moeten volgen bij het UWV of ontbinding van de arbeidsovereenkomst moeten verzoeken bij de kantonrechter.

Krijg de werknemer spijt dat hij de beëindigingsovereenkomst heeft getekend? Dan heeft hij in principe twee weken de tijd om onder de beëindigingsovereenkomst uit te komen. Dit wordt ook wel een ontbindingstermijn genoemd. Deze termijn dient eveneens opgenomen te worden in de beëindigingsovereenkomst. Indien deze ontbindingstermijn niet is opgenomen, dan heeft de werknemer drie weken de tijd om de beëindigingsovereenkomst te ontbinden.

Beëindiging arbeidscontract van rechtswege

Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt vanzelf na afloop van de in het contract aangegeven periode. Met andere woorden: de arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege.

Aangezien een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd vanzelf stopt na een relatief korte periode, kan deze tijdelijke arbeidsovereenkomst niet zomaar opgezegd worden voor de afgesproken datum. Slechts wanneer hierover iets is afgesproken in de arbeidsovereenkomst of in de toepasselijke cao, mag de arbeidsovereenkomst tussentijds opgezegd worden.

Ben je benieuwd of Lex jou kan helpen met juridische documenten? Kijk dan hiernaast wat Lex te bieden heeft 👉